Paragraaf 4 - Financiering

Voortgang activiteiten
Omschrijving (toelichting)

In deze financieringsparagraaf geven we inzicht in de uitvoering van de plannen en acties zoals opgenomen in de begroting 2025. Naast de verplichte onderdelen gaan we ook in op diverse ontwikkelingen die van belang zijn voor een zorgvuldige uitvoering van de treasuryfunctie.

In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op:

•    Wettelijke kaders en treasurystatuut;
•    Rentevisie en rentebeleid;
•    Renterisicobeheer;
•    Liquiditeitsplanning en Financieringsbehoefte;
•    Renteomslag;
•    Schatkistbankieren;
•    Garantstelling, en
•    Kas- en relatiebeheer.

Wettelijke kaders en treasurystatuut

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Wettelijke kaders en treasurystatuut
Omschrijving (toelichting)

De wettelijke kaders voor de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), waarbij het beheersen van financiële risico’s centraal staat. De nadere uitwerking van deze kaders is opgenomen in de financiële verordening en het treasurystatuut. Deze vastgestelde kaders zijn in 2025 door ons toegepast.

Rentevisie en rentebeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Rentevisie en rentebeleid
Omschrijving (toelichting)

Rente vormt een belangrijk onderdeel van de begroting. Gezien de omvang van de hiermee gemoeide bedragen achten wij het wenselijk dit onderdeel transparant toe te lichten aan uw raad. Daarbij gaan wij in op zowel de factoren die van invloed zijn op de rente als de beschikbare keuzemogelijkheden. Dit geheel duiden wij aan als het rentebeleid.

Binnen het rentebeleid maken wij onderscheid tussen korte en lange rente. Onder korte rente verstaan wij looptijden tot maximaal één jaar, terwijl lange rente betrekking heeft op looptijden van één jaar of langer.

Ontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn van groot belang vanwege de financiële risico’s die zij voor ons kunnen meebrengen. Om deze risico’s goed te beheersen volgen wij de renteontwikkelingen nauwgezet. Daarbij maken wij gebruik van informatie van verschillende geldverstrekkers, waardoor wij continu online inzicht hebben in de meest actuele ontwikkelingen.

In de onderstaande grafiek geven wij inzicht in het renteverloop van lineaire leningen met een looptijd van twintig jaar over de jaren 2024 en 2025.

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Renterisicobeheer

Risicobeheersing vormt een kernprincipe van de Wet Fido. Bij het bepalen van de renterisico’s die samenhangen met de uitvoering van de treasuryfunctie gelden twee verplichte normen: de renterisiconorm, die van toepassing is op leningen met een looptijd van één jaar of langer, en de kasgeldlimiet, die betrekking heeft op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar. Deze normen hebben tot doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken

Renterisiconorm 
De renterisiconorm is bedoeld om de risico’s te beperken die ontstaan door een mogelijke stijging van de kapitaalmarktrente bij herfinanciering, waaronder aflossingen op bestaande leningen, en bij renteherzieningen van bestaande langlopende leningen.

Door toepassing van deze norm wordt de portefeuille van langlopende leningen evenwichtig gespreid, waardoor het renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Onder renteherziening wordt verstaan het aanpassen van de rente in een bepaald jaar, conform de afspraken in de leningsovereenkomst. Herfinanciering betreft het aantrekken van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen binnen de leningenportefeuille.

In 2025 zijn geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken.

In het onderstaande overzicht geven wij inzicht in de renterisico’s van de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm. Ook in 2025 zijn wij binnen de grenzen van deze norm gebleven.

Renterisiconorm en renterisico van de vaste schuld
bedragen x € 1.000
Renterisico op vaste schuld
2025
1. Netto renteherziening op vaste schuld
0
2. Betaalde aflossingen
4.166
3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
4.166
Renterisiconorm
4a. Begrotingstotaal 2025
74.042
4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
20%
4. Renterisiconorm
14.808
Toets Renterisiconorm
5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
10.642
5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
0

Kasgeldlimiet 
Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm vastgesteld voor het maximale bedrag aan kortlopende middelen, met een looptijd van maximaal één jaar, waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Deze limiet heeft tot doel te voorkomen dat schommelingen in de korte rente gedurende het boekjaar direct een grote invloed hebben op de rentelasten.

Indien de kasgeldlimiet in drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, dient hiervan melding te worden gedaan bij de toezichthouder, zijnde de provincie, vergezeld van een plan van aanpak om weer binnen de kasgeldlimiet te komen.

In het onderstaande overzicht is de toetsing aan de kasgeldlimiet voor het jaar 2025 weergegeven. In het eerste kwartaal is een kortlopende lening van € 4 miljoen aangetrokken, die op 1 juli is afgelost.

Kasgeldlimiet
Omvang begroting per 1 januari 2025
74.041.500
Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag
8,50%
Kasgeldlimiet in bedrag
6.302.903
(Bedragen x EUR 1)
Bedragen
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
A
Vlottende schuld
maand 1
-
4.000.000
-
-
maand 2
-
4.000.000
-
-
maand 3
4.000.000
4.000.000
-
-
Gemiddelde per kwartaal
1.333.333
4.000.000
-
-
B
Vlottende middelen
maand 1
2.859.156
2.518.784
8.268.262
9.722.475
maand 2
1.035.548
5.219.929
7.657.898
9.782.610
maand 3
2.494.729
9.440.194
10.628.291
8.437.140
Gemiddelde per kwartaal
2.129.811
5.726.302
8.851.484
9.314.075
A-/-B
Saldo schuld (+) of overschot (-)
maand 1
-2.859.156
1.481.216
-8.268.262
-9.722.475
maand 2
-1.035.548
-1.219.929
-7.657.898
-9.782.610
maand 3
1.505.271
-5.440.194
-10.628.291
-8.437.140
C
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
-796.478
-1.726.302
-8.851.484
-9.314.075
D
Kasgeldlimiet
6.302.903
6.302.903
6.302.903
6.302.903
C-/-D
Ruimte onder kasgeldlimiet
7.099.381
8.029.205
15.154.387
15.616.978

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

Algemeen
De financieringsbehoefte van de gemeente wordt beïnvloed door diverse factoren die van invloed zijn op de inkomende en uitgaande kasstromen, waaronder de investeringsplanning, de inkomsten en uitgaven uit grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Om deze financieringsbehoefte inzichtelijk te maken en te monitoren, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning.

Leningenportefeuille
In 2025 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Als gevolg hiervan is de totale omvang van de leningenportefeuille afgenomen. In het onderstaande overzicht is het verloop van de opgenomen langlopende leningen weergegeven. Het gemiddelde rentepercentage op langlopende leningen, berekend op basis van de stand per 1 januari, is in 2025 gedaald naar 1,11% ten opzichte van 1,25% in 2024.

Overzicht Langlopende Leningen
(bedragen x € 1.000)
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
Stand leningen
35.508
31.342
27.715
24.768
22.221
Nieuwe lening
0
0
0
0
0
Reguliere aflossingen
4.166
3.628
2.946
2.547
2.147

Verstrekte leningen

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Verstrekte leningen

In het onderstaande overzicht hebben we de leningen die aan derden zijn verstrekt voor u in kaart gebracht. In 2025 zijn er geen nieuwe leningen verstrekt, en hebben alle geldnemers tijdig voldaan aan hun rente- en aflossingsverplichtingen van de lopende leningen.

Kredietrisico op verstrekte geldleningen
bedragen x € 1.000
Naam geldnemer
%
saldo uitzettingen 1 januari 2025
mutaties in 2024
saldo uitzettingen 31 december 2025
Carnisse Mondzorg
3
104
-26
78
Totaal verstrekte gelden
104
-26
78

Renteomslag

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Renteomslag

In de financieringsparagraaf van de begroting 2025 bent u geïnformeerd over de rentelasten en het verwachte renteresultaat. Daarnaast is toegelicht op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen, programma’s en taakvelden.

Voor de begroting 2025 is de omslagrente vastgesteld op 0,55%. Het daadwerkelijk gerealiseerde percentage over 2025 bedraagt 0,37%, zoals weergegeven in het onderstaande overzicht.

Schema rentetoerekening
2025
De externe rentelasten financiering
427.143
De externe rentebaten
-/- €
156.137
Saldo rentelasten en rentebaten
271.006
Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties
-/- €
29.898
Rente projectfinanciering
-/- €
13.710
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-43.608
Rente over eigen vermogen
+/+ €
0
Rente over voorzieningen
+/+ €
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
227.398
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/- €
262.374
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-34.976
Toe te rekenen rente
227.398
Boekwaarde per 1 januari
62.059.217
Renteomslagpercentage
0,37%

Garantstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Garantstellingen
Omschrijving (toelichting)

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen verstrekt voor leningen aan derden. Gelet op de financiële risico’s die de gemeente hiermee loopt, hanteren wij een terughoudend beleid bij het honoreren van dergelijke verzoeken. Garantstellingen worden uitsluitend verleend indien hiermee een aantoonbaar maatschappelijk belang wordt gediend en voldoende zekerheden worden gesteld.

Per 31 december 2025 bedraagt het totaal aan verstrekte garantstellingen € 35.649.008. Hiervan heeft een bedrag van € 35.616.819 betrekking op garanties met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Kas- en relatiebeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 - Financiering - Kas- en relatiebeheer
Omschrijving (toelichting)

Ten aanzien van het kasbeheer hanteren wij al meerdere jaren de volgende uitgangspunten:

• het aantal bankrelaties en bankrekeningen wordt tot een minimum beperkt, en
• maandelijks worden liquiditeitsoverzichten opgesteld.

Daarnaast vindt periodiek overleg plaats met onze huisbankier, de BNG, waarin actuele ontwikkelingen worden besproken. Ook verstrekken verschillende kredietverstrekkers regelmatig advies over het aantrekken en uitzetten van middelen. In 2025 is eveneens gebruikgemaakt van deze adviserende instanties, met als doel optimaal gebruik te maken van de beschikbare financiële instrumenten.