Paragraaf 3 - Financiering

In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2024 tot en met 2027. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op:

•    Wettelijke kaders en treasurystatuut;
•    Rentevisie en rentebeleid;
•    Renterisicobeheer;
•    Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte;
•    Uitzettingen;
•    Renteomslag;
•    Garantstelling, en
•    Relatiebeheer.

Wettelijke kaders en treasurystatuut

Terug naar navigatie - Wettelijke kaders en treasurystatuut

De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2017.
In 2023 is de financiële verordening herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening en/of het treasurystatuut is daarom op dit moment nog niet aan de orde. Waarschijnlijk zullen vanaf 2024 nieuwe verordeningen noodzakelijk zijn vanwege de BAR-ontvlechting en opbouw van de eigen organisatie.
In 2021 heeft het college de nota Garantstellingen en Leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen.

Rentevisie en beleid

Terug naar navigatie - Rentevisie en beleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. 
Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die ze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. 
De rente is de afgelopen jaren historisch laag geweest. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne nogal onzeker. In eerste instantie stegen de prijzen van energie en grondstoffen sterk. Begin 2023 zijn de economische vooruitzichten wat verbeterd mede doordat de prijzen van olie en gas weer wat zijn gedaald. Overheden hebben bovendien maatregelen genomen om de gevolgen van de hoge prijzen te verlichten, echter de reële beschikbare inkomens van de inwoners zullen dalen. Het IMF verwacht voor 2024 een economische groei van rond de 3%. De centrale banken zijn bezig met maatregelen om de inflatie onder controle te krijgen omdat de verwachting is dat deze boven de doelstelling blijft. De verwachting is dan ook dat de rente, met name voor de kortere looptijden, nog verder zal oplopen. 
De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) was de afgelopen jaren negatief. Ook deze rente kent echter een stijgende trend. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet.

Rentevisie BNG
De inflatie blijft zowel dit jaar als in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de ECB. De centrale bank zal het monetaire beleid verder verkrappen. Hierdoor lopen de rentetarieven in met name de kortere looptijden verder op. 

Actueel Over een jaar Prognose BNG
euribor 3 mnd 3,35% 4,0-4,2%
euroswap 5 jaar 2,96% 3,7-3,9%
euroswap 10 jaar 2,94% 3,4-3,6%
euroswap 30 jaar 2,61% 2,9-3,1%

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Renterisicobeheer

In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen.
Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. 
Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille.
Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. 

Renterisico op vaste schuld Bedragen x € 1.000
2024 2025 2026 2027
1. Netto renteherziening op vaste schuld 0 0 0 0
2. Betaalde aflossingen 4.166 4.166 3.628 2.946
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2) 4.166 4.166 3.628 2.946
Renterisiconorm
4a. Begrotingstotaal 2024 74.152
4b. Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20%
4. Renterisiconorm 14.830
Toets renterisiconorm
5a. Ruime onder renterisiconorm (4 - 3) 10.664
5b. Overschrijding renterisiconorm (4 - 3) 0

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar.
Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2024. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. 

Bedragen x € 1.000
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Totaal vlottende schuld 0 0 0 0
Totaal vlottende middelen 3.500 3.500 3.500 3.500
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) -3.500 -3.500 -3.500 -3.500
Kasgeldlimiet 6.303 6.303 6.303 6.303
Begrotingstotaal 2024 74.152
vastgestelde percentage 8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet 9.803 9.803 9.803 9.803

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.

Omschrijving 2024 2025 2026 2027
Boekwaarde kapitaaluitgaven
vaste activa 71.532 70.269 69.097 66.763
grondbedrijf 2.433 2.420 2.420 2.420
totaal te financieren kapitaaluitgaven 73.965 72.689 71.517 69.183
Boekwaarde financieringsmiddelen
langlopende geldleningen 39.674 35.508 31.342 27.714
reserves 33.303 33.651 34.278 34.025
voorzieningen 15.659 11.765 11.504 11.279
88.636 80.924 77.124 73.018
Financieringsoverschot/-tekort 14.671 8.235 5.607 3.835

Verwachte financieringspositie voor de komende jaren
De verwachting is dat er in 2024 geen sprake is van een financieringsbehoefte voor de liquiditeitspositie.
Afhankelijk van de snelheid en doorgang van besluitvorming rondom voorgenomen projecten en de daarvoor benodigde investeringen zal dit in meer of mindere mate invloed hebben op de investeringsbehoefte in 2024.  Anders zal dit meer gaan spelen in 2025 en verder.

Leningenportefeuille
Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2024 is deze gemiddeld 1,3%).
In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de verwachte financieringsbehoefte voor 2024 weergegeven. Tijdelijke liquiditeitstekorten financieren we met kortlopende leningen rekening houdend met de kasgeldlimiet. 

Bedragen x € 1.000
1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026 1-1-2027
Stand leningen 43.839 39.674 35.508 31.342 27.714
Nieuwe lening 0 0 0 0 0
Reguliere aflossingen -4.165 -4.166 -4.166 -3.628 -2.946

Uitzettingen

Terug naar navigatie - Uitzettingen

Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Deze rente is op dit moment nog vrijwel nihil. Bij overliquiditeit maken wij daarom geen gebruik van de mogelijkheid om dit op een deposito te zetten.
Volgens het treasurystatuut kunnen, in het geval van tijdelijke liquiditeitstekorten en -overschotten, de BAR-organisatie en de drie gemeenten elkaar onderling kasgeldleningen verstrekken tegen een marktconforme rente. Zolang de rente op kasgeldleningen gunstiger is, benutten we deze faciliteit niet.

Verstrekte leningen
Onderstaand overzicht geeft een beeld van de leningen die zijn verstrekt aan derden. Wanneer bij deze leningen sprake is van een variabele rente, wordt bij de renteberekening uitgegaan van het 1-maands Euribor per rentevervaldatum. 

Naam geldnemer % Saldo uitzettingen 1 januari 2024 Verwachte mutaties in 2024 Saldo uitzettingen 31 december 2024
BAR-organisatie n.v.t. 9.757 -3.874 5.883
Carnisse Mondzorg B.V. 3% 130.436 -26.087 104.349
Totaal verstrekte gelden 140.193 -29.961 110.232

Renteomslag

Terug naar navigatie - Renteomslag

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2024 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 0,54%. Voor 2024 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 0,76%, conform de jaarrekening 2022.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering +/+ 497.000
Externe rentebaten -/- -9.100
Saldo rentelasten en rentebaten 487.900
Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties -/- -89.100
Rente projectfinanciering -/- -14.000
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 384.800
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente -502.500
Renteresutaat op taakveld treasury -887.300
Toe te rekenen rente 384.800
Boekwaarde per 1 januari 71.352.000
Renteomslagpercentage 0,54%

Garantstelling

Terug naar navigatie - Garantstelling

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is, en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. 
Per 1 januari 2023 is het totaal van de directe garantstellingen € 50.000. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 34,8 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Terug naar navigatie - Relatiebeheer

Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2024 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.